Speelplaatsenquête

Om snel een duidelijk beeld te krijgen van hoe de leerkrachten, leerlingen en ouders onze speelplaats zien gebruikten we een online enquête. Deze  werd opengesteld via de blogsite.

Onze enquête is afgesloten en liep een viertal maanden. In het totaal kregen we 260 ingevulde enquêtes. Hiervan werden er 111 (43%) ingevuld door kinderen, 100 (37%) door ouders van de school, 17 (6%) door leerkrachten en 32 (12%) door externen (grootouders, sympathisanten, …). De inzichten die uit de enquête naar boven kwamen, waren essentieel om onze toekomstige speelplaats  vorm te gaan geven.  Hier gaan we dieper in op enkele resultaten.

In het eerste deel van de enquête peilden we naar de belangrijkheid van enkele thema’s zoals veiligheid, sportinfrastuctuur,…

Hierbij is 1 niet belangrijk, 2 minder belangrijk, 3 geen mening, 4 belangrijk en 5 heel belangrijk.

veiligheid

We zien dat er op het vlak van veiligheid een grote wens is om de speelruimte veilig in te richten. Daarom is reeds vanaf de start van het project de preventieverantwoordelijke van de school betrokken. Hij zal ook doorheen het traject geraadpleegd worden.

groen-op-de-speelplaats

Er is een duidelijke vraag naar meer groen op de speelplaats. Wat dit precies zou moeten zijn, wordt met deze vraag niet duidelijk. Het stimuleert wel om er actief over na te gaan denken.

creativiteit-en-fantasieDe deelnemers van de enquête willen een prikkelende speelomgeving die de kinderen uitdaagt. Dit is een belangrijk aspect in het inrichten van onze speelplaats.

actieve-en-rustige-zones

Vanuit de enquête wordt duidelijk dat er een verschil is tussen ouders van jonge kinderen op de school en de ouders van oudere kinderen of de oudere kinderen zelf. Ouders van jonge kinderen geven aan dat ze de speelplaats soms gevaarlijk en druk vinden. Daarom is een bewuste indeling van zones aan te raden en moeten we als school ook nadenken over de tijdstippen waarop gespeeld wordt.

sportinfrastructuur
Een meerderheid van de deelnemers vraagt om sportinfrastructuur op de speelplaats. Wat dit precies moet zijn, is met deze vraag niet duidelijk. Dit komt later aan bod.

bijlerenBij deze vraag zie je dat de balkjes plots niet meer trapsgewijs staan richting zeer belangrijk. Meer dan de helft van de deelnemers vindt het leren op de speelplaats niet belangrijk of heeft er geen mening over. Er is dan ook geen duidelijkheid in deze vraag over hoe het leren op de speelplaats er uit kan zien. De vraag maakt misschien duidelijk dat het leren in de schoolse zin van het woord minder belangrijk is op de speelplaats.

In deel 2 van de enquête wilden we te weten komen welke spelvormen op onze speelplaats aan bod moeten komen.

mag-jouw-kind-deel-1mag-jouw-kind-deel-2

De aangeboden spelvormen worden duidelijk allemaal als belangrijk ingeschat. Slechts bij de vraag rond  het  vuil worden is er enige twijfel. Ook in het lerarenkorps is dit een vraag die twijfels oproept. Het daagt alleen maar uit om op zoek te gaan naar manieren om deze drempel te overbruggen. Andere scholen hebben hier oplossingen voor gevonden die misschien in onze school ook toegepast kunnen worden.

In het laatste deel van enquête wilden we te weten komen welke spelelementen gewenst zijn op onze toekomstige speelplaats:

dit-moet-op-de-speelplaats

dit-moet-op-de-speelplaats-deel-2

dit-moet-deel-4

dit-moet-deel-3

dit-moet-deel-5

Het is duidelijk dat geen enkel spelelement weerstand oproept. Enkel over het houden van een moestuin, dieren op de school, de speelotheek en de wilgentunnel is iets minder eensgezindheid. Dit kan doordat deze items niet duidelijk waren voor de deelnemers of omdat er geen interesse voor was. Een bevraging onder de leerkrachten leerde dat het houden van een moestuin geen prioriteit heeft op de school omdat dit heel wat praktische problemen met zich mee kan brengen.

Dit betekent allerminst dat de school niet moet inzetten op groen waar de kinderen van kunnen leren zoals bessen, kruiden, vruchten,…

We stelden ook enkele open vragen aan de deelnemers. Deze werden per doelgroep geturfd en we geven graag de top 3 per doelgroep weer.

Vraag: Wat is er nu leuk op de speelplaats

De top 3 van de leerlingen:

  1. Het grasveld
  2. Het voetballen
  3. De stepheuvels

De top 3 van de ouders:

  1. De speeltuigen
  2. Veel ruimte
  3. Het grasveld

De top 3 van de leerkrachten:

  1. Het grasveld
  2. De speeltuigen
  3. De fietsjes

De top 3 van de sympathisanten:

  1. De speeltuigen
  2. Het grasveld
  3. De stepheuvels

Bij deze vraag wordt duidelijk dat de zaken die nu aanwezig zijn zoals het grasveld, de speeltuigen en enkele spelelementen zoals de stepheuvels en het voetbalveld voor de deelnemers belangrijk zijn. Bij het ontwerp moeten we hier dan ook een plaatsje voor vinden.

Vraag: Wat is er nu niet leuk op de speelplaats

De top 3 van de leerlingen:

  1. Geen speeltuigen voor ouderen
  2. Weinig te doen
  3. Plassen op de speelplaats

De top 3 van de ouders:

  1. Te weinig groen
  2. Weinig te doen
  3. Indeling

De top 3 van de leerkrachten:

  1. Gebrek aan variatie
  2. Weinig te doen
  3. Teveel beton

De top 3 van de sympathisanten:

  1. Teveel beton
  2. plassen
  3. Weinig variatie

Het gebrek aan variatie in spelvormen en –elementen leidt er toe dat de deelnemers een gebrek aan variatie aanklagen. Het uitzicht van de speelplaats is ook een belangrijk item. Teveel betonsteen en te weinig groen is voor de deelnemers een doorn in het oog. De plassen die er bij regenval staan op de speelplaats zijn een gevolg van de gebrekkige aanleg van sommige delen van de speelplaats. Bij heraanleg moet dit aangepakt of geïntegreerd worden in bijvoorbeeld een zone waar met water gewerkt kan worden.

Advertenties